Vijftien jaar is Jasper Erkens, in de ogen van Lester een zaadcel met een flinke bos haar op, maar hij bracht drie songs die zo niet van volwassenheid dan toch van vergevorderd postpuberdom getuigden. Zijn tweede ging over een liefje dat hem bedrogen had en dat niet had durven te vertellen. Jasper had een traan weggepinkt, het meisje de deur gewezen - de slet - en op zijn gitaar een liedje geschreven voor en namens alle jongemannen van zijn leeftijd. The voice of a (zij het voorlopig very small) generation, heet zoiets. Te vroeg elektrisch gaan zou dom zijn, maar ooit zal het volgens Lester moeten. Of hij wil gewoon het meisje terug, dat kan ook.